Opiatenepidemie: Nederlanders slikken steeds vaker zeer zware en verslavende pijnstillers

Volgens Van Bemmel is er nog een oorzaak voor de toename in Nederland: het protocol in het ziekenhuis. Iedereen krijgt tegenwoordig – volgens de ‘richtlijn’ – na een operatie oxycodon mee naar huis. “Absurd! De verpleegkundige komt een uur nadat je wakker bent vragen: geeft uw pijn eens een score? Heb je 6 of 7 [op een schaal van 10]? Dan krijg je, húp, oxycodon mee. Je kunt ook afwachten of iemand echt pijn krijgt of om pijnstilling vraagt.”

Zijn missie tegen opiaten ontstond toen hij drie jaar geleden zag dat een 16-jarige meisje uit zijn praktijk 63 oxycodonpillen had meegekregen naar huis. “Ik dacht: wat sneu, dat meisje heeft vast kanker. Ik belde haar ouders. Bleek dat haar amandelen waren geknipt! Dat ziekenhuis is gek geworden, dacht ik. Maar toen bleek het gangbare praktijk te zijn. Het protocol.”

Anesthesioloog Albert Dahan, ook werkzaam in het LUMC, maakt zich zorgen over het gemak waarmee dokters opiaten voorschrijven. Volgens hem is er een culturele oorzaak: “Patiënten accepteren pijn niet meer. Pijnbestrijding is een mensenrecht geworden. En dokters wíllen die pijn ook wegnemen.”

Dahan ziet het op zijn pijnpoli: sommige patiënten zijn mondig en hebben van de buurvrouw gehoord dat ze “zulke goeie ervaringen heeft met dit of dat middel. Dat willen zij dan ook”. Hij doet er veel onderzoek naar en constateert dat er alternatieve, minder verslavende, sterke pijnstillers bestaan, zoals tapentadol.

Pijnbestrijding is in de loop der jaren opgeschoven van paracetamol en ibuprofen – dat vroeger alleen op doktersrecept te krijgen was – naar codeïne, tramadol (een lichte opiaat), oxycodon of zelfs fentanyl. Van Bemmel: “Ik vind dat we terughoudend moeten zijn én dat ibuprofen weer op doktersrecept moet. Dan wordt het ineens effectiever, want specialer.”

Van Bemmel en Dahan zijn blij met de maatregelen die minister Bruins nu treft: opioïden mogen niet meer op herhaalrecept worden gegeven en alle artsenverenigingen bekijken of opioïden in hun richtlijnen niet te vanzelfsprekend worden voorgeschreven.

Minister Bruno Bruins (VVD, Medische Zorg) wil dat “onverantwoord gebruik van opioïden” wordt teruggedrongen, staat in zijn brief aan de Tweede Kamer. Op 1 maart presenteert hij een ‘taakgroep’ die de plannen moet uitvoeren.

Patiënten, huisartsen, verpleegkundigen en medisch specialisten moeten zich bewust worden van het verslavingsrisico van opioïden. Huisartsen moeten hun richtlijn (regels voor werkwijze) aanpassen en daarin opnemen dat opioïden géén eerste keus zijn voor pijnbestrijding. Als ze die voorschrijven, dan moet dat voor heel kort zijn en mag dat níét op herhaalrecept.

Ze moeten eerst de patiënt weer zien, voordat ze een recept uitschrijven. Liever adviseren ze een alternatieve pijnstiller. Ook moeten ze bij opioïden een ‘afbouwschema’ met de patiënt bespreken.

Specialisten, ziekenhuizen en ziekenhuisapothekers moeten “dringend” tot een afspraak of richtlijn komen waarin wordt vastgelegd wat de hoeveelheid opioïdentabletten is die, afhankelijk van de pijn bij de patiënt, voor thuisgebruik wordt meegegeven.

Bruins zal aanbieders van verslavingszorg vragen te melden wanneer patiënten met een hulpvraag op het gebied van medicijn- of opiaatafhankelijkheid een beroep doen op zorg of wanneer zij in het kader van ‘bemoeizorg’ zulke signalen krijgen.

Het Drugs Informatie en Monitoring Systeem moet signaleren wanneer opiaten als oxycodon worden ingenomen om te testen en waarvan het kennelijk de bedoeling is ze als drugs te gebruiken.