Ontneem Meisjes de Evolutionaire Wijsheid van Sprookjes en Prinsessen Niet

Psychologe Joyce Benenson, die onderzoek doet naar sekseverschillen traceert de geëvolueerde neiging van vrouwen om te kiezen voor indirectheid – zowel in rivaliteit als in communicatie – naar een behoefte om fysieke schermutselingen te voorkomen, of met mannen of met andere vrouwen. Deze strategie zou ancestrale vrouwen het mogelijk gemaakt hebben om hun fragieler voortplantingsorganen te beschermen en om hun rol als voornaamste verzorgster voor alle kinderen die ze wellicht zouden krijgen te vervullen.

Natuurlijk kan een vrouw zichzelf tegenwoordig zelfs verweren tegen de grootste en meest angstaanjagende indringer met een geweer of een taser [in de VS in ieder geval; SOTT-redactie] – maar dat is niet wat onze genen ons zeggen. We verblijven in moderne tijden met een antiek psychologisch bedieningssysteem – aangepast aan de problemen van voortplanting en overleving van ancestrale personen. Het past vaak niet bij onze huidige omgeving.

Als ze deze evolutionaire onverenigbaarheid doorhebben helpt het vrouwen te vatten waarom het soms zo moeilijk voor ze is om voor hunzelf op te komen – om direct en assertief te zijn. En door dit te identificeren als een door evolutie overhandigd probleem kan hen helpen hun tegenzin te omzeilen – assertief te zijn, ondanks dat wat “natuurlijk” aanvoelt. Daarbij komt dat een evolutionair besef van vrouwelijke rivaliteit vrouwen kan helpen de wreedheid van andere vrouwen tegen hen minder onbegrijpelijk te vinden. Dit maakt op zijn beurt mogelijk dergelijke krenkingen minder persoonlijk op te vatten dan als zij de mythe van vrouwelijk gezelschap als een groot behulpzaam samenzijn van vrouwen geloven.

Zulke mythes hebben hun oorsprong in de academische wereld. Academische feministen beweren doorgaans dat alleen de cultuur verantwoordelijk is voor gedrag. Als er druk op hen wordt uitgeoefend dan dulden ze enkele biologische sekseverschillen – maar slechts op lichamelijk vlak. Ze ontkennen dat er wellicht ook psychologische verschillen bestaan die zich ontwikkeld hebben via de fysiologische verschillen – en lap al het bewijs maar aan je laars.

Bijvoorbeeld, zo zetten evolutionair psychologen David Buss en David Schmitt uiteen – door middel van survey-onderzoek door alle culturen heen – dat mannen en vrouwen geëvolueerd zijn om er conflicterende “seksuele strategieën” op na te houden. In het algemeen zou een “lange termijn voortplantingsstrategie” (het streven naar verbintenis) voor vrouwen optimaal zijn en een “korte termijn voorplantingsstrategie” (het “doen en dan vertrekken”-model) optimaal zijn voor mannen. (Raad eens welk model in prinsessenfilms wordt bepleit?)

Bij vrijwel alle soorten, is het wijfje diegene die zwanger raakt en te eten moet geven. Dus, mensenvrouwen – zoals de meeste wijfjes bij andere soorten – zijn geëvolueerd om hoogstaande mannelijke partners te vinden met het vermogen en de bereidheid om te investeren.

Dit evolutionaire gebod wordt ondersteund door de emoties van vrouwen die zoals antropoloog John Marshall Townsend uitlegt “als een alarmsysteem werken die vrouwen aanspoort om investeringen te testen en te evalueren en tekortkomingen te verhelpen zelfs als zij onverschillig proberen te zijn voor investeringen.” In Townsends onderzoek, zelfs als vrouwen slechts een nacht wilden doorbrengen met een man, verbaasden ze zich dat ze wakker werden met zorgen als “Geeft hij om me?” en “Wilde hij alleen maar seks?”.

Met andere woorden, de allure van de “prinsessencultuur” werd door de evolutie gecreëerd, niet door Disney. Door talloze generaties heen waren onze vrouwelijke voorouders – die het meest kansrijk waren om kinderen te krijgen die in leven bleven om hun genen door te geven – diegenen diens emoties hen lieten wachten op een verbintenis met een hoogstaande man – de jager-verzamelaar versie van die rijke, knappe prins. Een prins is een man die elke vrouw kan krijgen, maar – heel belangrijk – hij is betoverd door ons meisje, de bescheiden, maar mooie keukenmeid. Een man die “betoverd” is (of in hedendaagse termen, een man die “liefheeft”) is een man waarbij de kans kleiner is dat hij vreemdgaat. Dus, het prinsessenverhaal is eigenlijk een verbintenis-fantasie.

Zodoende kunnen prinsessenfilms de perfecte basis zijn voor ouders van tienerdochters om een gesprek te voeren over de realiteit van vrouwelijke emoties in de voortplantingssfeer. Een jonge vrouw die geschoold is inzake evolutionaire psychologie (in simpele bewoordingen) maakt minder kans dat ze zich op een manier gedraagt die haar droevig achterlaat – en dat ze begrijpt dat het “seksueel bevrijd” zijn er wellicht niet voor zorgt dat ze emotioneel genoeg bevrijd is om fijne contacten met een reeks vreemde types op Tinder aan te gaan.

Wat betreft de opvatting dat het kijken naar klassieke prinsessenfilms giftig zou zijn voor de ambitie van een meisje, laten we realistisch zijn. Meisjes worden in grote getale op codeerkamp gestuurd en worden bekogeld met slogans zoals “De toekomst is vrouwelijk!” En jonge vrouwen – jonge vrouwen die groot werden met prinsessenfilms – schrijven zich nu aanzienlijk sneller in voor een opleiding dan jonge mannen.

Kinderen zijn niet achterlijk. Ze weten dat pratende spiegels en pompoenen die een meisje naar het koninklijke bal brengen niet echt zijn en hun autonomie wordt niet gehersenspoeld door tekenfilms – net zoals niemand van ons aambeelden liet vallen op de buurkinderen nadat we Road Runner hadden gezien. Uiteindelijk draaien deze verboden op prinsessenfilms in werkelijkheid om wat psychologisch kalmerend werkt voor ouders, niet wat goed is voor kinderen. Voorkomen dat kinderen naar prinsessenfilms en andere fantasiekinderfilms kijken, geeft ouders de illusie dat ze controle hebben, de illusie dat ze iets betekenisvol doen en hun kinderen beschermen.

Auteur en activist Lenore Skenazy spoort ouders aan om “free range” te worden – om hun kinderen gezonde onafhankelijkheid te geven, zoals ze te laten fietsen in de buurt zonder dat ze worden begeleid door een huur-een-soldaat. Ik geef ouders de suggestie dat ze ook psychologisch free range worden. Dit betekent dat ze kinderen toestaan om naar klassieke Disney-films te kijken in plaats van toe te geven aan de belachelijke paniek dat hun dochters “prinsessen” beginnen te bezien als carrièremogelijkheid.

Verhalen geven ons inzicht in succesvol menselijk gedrag; ze veranderen ons niet in vlezige robotten die precies zo handelen als de personages. Het is essentieel om dit te doorzien, want als we in plaats daarvan bezwijken voor de gangbare paranoia, dan moeten we heel wat fictie verwijderen van de leeslijsten op middelbare scholen – in het geval dat, zeg maar, Edgar Allan Poe’s Het verraderlijke hart opnieuw leidt tot nog een generatie jonge lezers die hun huisgenoten vermoorden, ze in stukken snijden en onder de vloer proppen.

Amy Alkon haalt haar neus op voor “zelfhulpboeken” en schrijft in plaats daarvan “wetenschapshulp” – door onderzoek van verschillende wetenschapsgebieden te vertalen naar zeer praktisch advies. Haar nieuwe op wetenschap gebaseerde boek is Unf*ckology: A Field Guide to Living with Guts and Confidence. Volg Amy Alkon op Twitter: @amyalkon.